✔ Houd je handen zichtbaar voor het paard
Paarden vinden het fijn als ze kunnen zien wat je doet. Beweeg rustig en voorspelbaar, zodat je paard niet schrikt.
✔ Blijf uit de “blinde vlek”
Een paard ziet niet recht achter zich en ook niet goed recht vóór zijn neus. Benader het dier dus altijd van opzij, zodat het je kan zien en herkennen.
✔ Let op je stemgebruik
Een paard wordt rustig van een lage, kalme stem. Hard of hoog praten kan juist spanning geven.
✔ Voer het paard alleen als toegestaan
Niet elk paard mag zomaar gevoerd worden. Als het mag mag voer dan altijd met vlakke hand.
✔ Sluit deuren en hekken altijd achter je
Een paard dat onverwachts de gang of de weide oploopt, kan voor gevaarlijke situaties zorgen.
✔ Houd veilige afstand tussen paarden onderling
Paarden kunnen onderling happen of elkaar trappen, vooral als ze elkaar niet goed kennen. Laat altijd genoeg ruimte wanneer je langs andere paarden loopt.
✔ Let op loshangende spullen
Sjaals, touwtjes, lange koorden of loshangende jassen kunnen blijven haken of het paard laten schrikken. Zorg dat alles strak en veilig zit.
✔ Blijf nooit in de stal staan als je paard onrustig wordt
Wordt je paard druk, nerveus of begint het te draaien? Stap dan veilig naar buiten en vraag hulp van een ervaren volwassene.
✔ Maak je spullen op tijd klaar
Zadel, hoofdstel, halster, borstels — zorg dat het klaar staat vóór je het paard haalt. Dan hoef je niet te haasten of weg te lopen terwijl het paard los staat.
✔ Ruim altijd netjes op
Een schone, opgeruimde stalgang voorkomt struikelen, schrikreacties en ongelukken.